Wielervereniging Breda Knooppunt - De Renners
InformatieNieuwsVeldrijdenWielrenafdelingMountainbikenToerafdelingHandbikersSkeelerenFoto'sSponsors

DE RENNERS

DE RENNERS


In de loop van de 25 jaar dat WV "BREDA" bestaat zijn er plusminus 350 renners en rensters geweest die 1 of meerdere keren een licentie via de vereniging aanvroegen. Daaronder waren vele zeer goede renners, die al dan niet overgekomen waren van andere verenigingen. De eerste was, zoals eerder gememoreerd, TOONTJE MERTENS wiens supportersclub omgezet werd in WV "BREDA". Toontje was in die dagen een populair rennertje dat vele ereplaatsen bijeen fietste. Zo werd hij bijvoorbeeld tweede in een etappe van de Olympias Tour en in West-Brabant Koers. Zijn grootste teleurstelling moet geweest zijn toen hij duidelijk de Kersenronde won doch door de jury tweede geplaatst werd.

In de eerste twee jaar van de vereniging was ook nog WOUTJE WAGTMANS lid, die toen zijn carrière aan het afbouwen was.
Verder uit de beginjaren 60 waren dat o.a. MICHEL STOLKER, die o.a. de MIDI LIBRE won en in 1961 tot renner van het jaar werd gekozen en daarvoor de GERRIT SCHULTE trofee in ontvangst mocht nemen. Ook Jac vd Klundert (de vader van Nico en Peter), Werner Swaneveld, Jan van Geel, Piet van Hees en Rik Wouters waren toen lid. Verschillende kwamen toen via De Driehoefijzers- ploeg en later de Breda Bierploeg bij WV "BREDA".

Echter een van de renners uit eigen "kweek" was wel KAREL LEIJTEN. Karel kwam uit Princenhage en was een buurjongen van de toenmalige penningmeester Wim van der Riet. Karel begon zijn wielerloopbaan in 1960 in de Ronde van het Liesbosch, zoals zovele jongens uit de regio Breda. Deze ronde werd toentertijd nog op gewone fietsen verreden. Hij reed in die wedstrijd zo sterk dat hij figuurlijk iedereen naar huis reed. Karel wilde het toen ook wel eens op een fiets met een krom stuur proberen en tikte een tweedehands fietsje op de kop en ging op 16-jarige leeftijd de rijen van de nieuwelingen van de KNWU versterken.
Zijn eerste wedstrijd, op de Waranda te Oosterhout, won hij met één ronde voorsprong. Karel bleek een renner te zijn die er in vloog. In zijn eerste jaar reed hij 31x bij de eerste tien, waarvan 3x eerste. In zijn tweede jaar boekte hij als nieuweling in nauwelijks twee maanden 7 overwinningen. Daarna maakte hij de overstap naar de amateurs en reed in zijn eerste wedstrijd 3e en won binnen een week zijn eerste amateur koers met liefst l,5 minuut voorsprong. Karel maakte als amateur uiteraard deel uit van de succesvolle "BREDA-BIER"-ploeg onder 1eiding van Toon Simons. In zijn eerste jaar werd hij gespaard voor het grote werk vanwege zijn jeugdige leeftijd. In zijn tweede jaar bij Toon Simons deed hij wel al het grote werk en werd enkele malen uitgezonden naar het buitenland. Hij reed toen 40 maal bij de eerste tien, waarbij 6 maal eerste. Karel kwam aan het eind, van dat seizoen ernstig ten val in St Leenaarts. Voor zijn sportcarrière werd toen gevreesd. Na een langdurige herstelperiode kon hij medio april weer deelnemen aan wedstrijden en reed daarin bescheiden prijsjes, maar de vorm zat er aan te komen. in Olympias Tour die hij dat jaar (1964) reed bouwde hij verder aan zijn conditie en reed daarna louter nog ereplaatsen en overwinningen bij elkaar. Zoals o.a. in 2 tweedaagse waar hij beide dagen won + uiteraard het eindklassement. Hij won na de Olympias Tour 16 wedstrijden. In 1965 besloot hij, al was hij pas 20 jaar, bij de onafhankelijke te gaan rijden. Karel werd in de Belgische ploeg "FLANDRIA" opgenomen onder leiding van Brik Schotte. Ongetwijfeld is zijn eerste plaats in het eindklassement van de Noordfranse 3-daagse HENIN- LIETARD zijn grootste succes. Hij won de eerste etappe, alsmede de tweede dag de individuele tijdrit en werd 2e in de rit in lijn.
Op de derde dag behoefde hij met behulp van zijn ploegmaats zijn eerste plaats slechts te consolideren. Ook nam hij dat jaar nog deel aan de Tour de l'Avenir. Hij reed daar enkele ereplaatsen, maar duikelde door ziekte vele plaatsen in het klassement. In dat jaar boekte hij 5 overwinningen. Voor 1966 vroeg Karel een beroepsrennerlicentie aan. Sponsor en privé problemen deden hem deze na enige tijd weer inleveren. In 1967 vroeg hij toch weer een licentie als prof aan. Hij kwam toen uit voor WILLEM II-GAZELLE. Ondanks een gedegen voorbereiding om zijn comeback te doen slagen, lukte hem dit niet. Dit deed Karel besluiten om definitief te stoppen. Hierdoor kwam er vroeg een einde aan een veelbelovende carrière, die ondanks dat Karel 6 jaar de wielersport intensief beoefende, succesvol genoemd mag worden.

In de tweede helft van de jaren 60 waren het vooral RINI HUIJBREGTS en WIM PRINSEN die de toonaangevende renners in de vereniging waren. Ook PIET OOMEN was toen een veelbelovende renner. Wim Prinsen was een renner die er altijd bij zat maar moeilijk tot winnen kon komen. Toch ging hij met de jaren beter rijden, waardoor hij opgenomen werd in de ploeg van Vredestein. Later kwam hij bij Mars-Flandria. Wim reed veel etappekoersen en klassiekers. Zo won hij in 1968 de Ronde van Twente. In dat jaar werd hij ook tweede in de omloop van de Baronie en in etappes van de' Tour du Bordelais en Circuit des Minus. In 1969 werd hij 10e in Olympias Tour na in de etappes 2 maal tweede, 1 maal derde en 1 maal vierde geworden te zijn. Ook 1970 was een goed jaar voor Wim. Hij won toen zes koersen, waarbij een etappe in de ronde van de Vogezen. Verder werd hij tweede in de Ronde van Twente en een etappe in de Ronde van Belgisch-Limburg. Hierin bezette hij ook de 2e plaats in het eindklassement In 1971 maakte Wim de overstap naar de beroepsrenners. Hij maakte toen deel uit van de ploeg van Kees Pellenaars, de Goudsmit Hoff-ploeg. Wim werd dat jaar o.a. tweede in het Nederlands Kampioenschap.
In 1972 verkoos Wim het lidmaatschap van DJR boven dat van WV "BREDA".

Foto: Wijk bij Duurstede 1966. v.l.n.r. Jan v Geel, Wimke Prinsen, Nico v Gageldonk, Rini Roks, Rini Huijbregts, Ko Silleman.

Sinds de beginjaren 70 wordt de vereniging vooral in de breedte versterkt. Met de komst van MARIO VAN NISPEN, AD PRINSEN, JOHAN VAN BAAL, TOON VAN DER STEEN, JOHN AKKERMANS, RUUD VAN DER RAKT maar vooral FRITS PIRARD boekt WV "BREDA" het ene succes na het andere. Frits won zowel bij de nieuwelingen als bij de amateurs diverse klassiekers, zoals b.v. de Omloop van Noord West Overijssel, Flevotour, en Ronde van Midden Brabant bij de nieuwelingen. Bij de amateurs waren dat o.a. de omloop van Walcheren, Omloop v.h. Zuiden, Ster van Zwolle, Omloop v.d. Krimpenerwaard en de Omloop v.d. Mijnstreek. Ook nam Frits deel aan de Wereld Kampioenschappen en de Olympische Spelen in Montreal. In 1977 ruilde Frits het lidmaatschap van WV "BREDA" in voor dat van WWV.

Een andere renner die in die periode aan de weg timmerde was JOHN AKKERMANS. In zijn eerste jaar als lid van WV "BREDA" (bij de aspiranten) boekte hij maar liefst 21 overwinningen. Hiermee verbeterde hij het record van Karel Leijten (16) ruimschoots. John was een renner die er altijd bijzat. Hij reed dan ontzettend veel ereplaatsen bij elkaar. Ook in de nieuwelingen en junioren klassiekers reed hij steeds korte prijzen. In de Omloop van de Haarlemmermeer en de Flevotour was de hoofdprijs zijn deel.
RUUD VAN DER RAKT was in die jaren ook een renner die zijn steentje aan de successen van de vereniging bijdroeg. Ieder jaar was hij goed voor 1 of meerdere overwinningen. Ook in klassiekers zat hij steevast van voren. In de Omloop van Oost-Brabant was zelfs de eerste plaats voor hem weggelegd.
Een renner die toen al van zich deed spreken en nu nog op het voorste plan staat is TOON VAN DER STEEN. Misschien is 1984 wel zijn beste seizoen totnogtoe. Zijn belangrijkste successen boekte hij als amateur. Zo werd hij onder andere Nederlands Kampioen bij de militairen in 1977. Verder winnaar in de Ronde van Limburg, Omloop v.d. Baronie, Ronde van Drenthe. Ook kwam Toon in verschillende etappekoersen aan het vertrek. Zijn mooiste succes daarin was de eindoverwinning in de RONDE VAN NEDER- SAKSEN.

Midden de jaren 70 kwam een nieuwe lichting renners de gelederen van WV "BREDA" versterken. Dat waren o.a. ALFONS VAN GEEL, PETER VERHEIJEN, HERMAN FRIJTERS, WIES VAN DONGEN, FRED VAN DONGEN, PIET BROERE en JOHAN VAN DER VELDE.
Met JOHAN VAN DER VELDE is de vereniging een renner rijker geworden, die zo wat alles gereden en gewonnen heeft. Over Johan zou een apart boek te schrijven zijn. Zijn eerste grote succes was de overwinning in de Omloop van de Haarlemmermeer. Als 2e-jaars amateur won hij de Omloop van de Mijnstreek en als gastrenner van DJR twee etappes in de Ronde van Luik. in de eindstand werd hij derde. Ook nam hij dat jaar deel aan de Tour de l' Avenir. Hij reed daar veel ereplaatsen bij elkaar en werd 2e in het eindklassement. Dit was natuurlijk niet onopgemerkt gebleven, waardoor hij in 1977 gekozen werd tot renner van de toekomst. Hier- voor mocht hij de TOBOGABOKAAL in ontvangst nemen.
Zijn successen waren ook in de profwereld bekend geworden. Dat deed Peter Post besluiten hem te benaderen om zijn Raleigh-ploeg te komen versterken. Deze kans greep Johan met beide handen en hij zal er geen spijt van hebben gehad. Zijn eerste jaar als beroepsrenner was meteen zeer succesvol. Hij won zowaar drie etappekoersen. Dat waren de Ronde van Romandie, de Ronde van Engeland en de Ronde van Nederland. Bovendien won hij in deze wedstrijden 1 of meer etappes. Ook in grote eendagskoersen kwam hij tot ereplaatsen. Johans naam was toen meteen gevestigd in het profwereldje. In zijn tweede jaar als beroepsrenner boekte Johan 5 zeges. O.a. een etappe in Romandie.
Ook reed hij dat jaar voor het eerst de Tour de France. Hij eindigde daarin als 14e en werd winnaar van het jongere klassement. Verder behaalde bij nog enkele ereplaatsen in klassiekers en rondes.
In zijn derde jaar (1980) behaalde Johan 13 overwinningen. De belangrijkste waren de DAU PHINÉ LIBéRe, waarin hij bovendien etappewinnaar werd. Verder werd hij in Geulle Nederlands kampioen. In de Midi Libre werd hij 3e, in de Tour de France 12e, en in de Ronde van Catalonie 2e. In deze laatste ronde won hij 4 etappes. In 1981 waren zijn belangrijkste resultaten de eerste plaats in Luik-Bastenaken-Luik (kreeg een vervelend dopingstaartje), etappeoverwinningen in de Ronde van Romandië, Midi Libre, 2x Tour de France, Ronde van Nederland en 3x Ronde van Catalonië. In de Tour werd hij 12e. Zeven overwinningen waren in 1982 zijn deel. De voornaamste waren het Nederlands kampioenschap in Geulle en de etappezeges in de Ronde van Nederland en Catalonië. Zijn belangrijkste resultaat zal beslist de derde plaats in de Tour de France zijn. Ook in de diverse klassiekers reed hij kort, zoals de 3e plaats in Parijs-Brussel.
Het kampioenschap van Zurich was de belangrijkste overwinning van Johan in 1983. Een ernstige val in de Tour doorkruiste zijn verdere seizoen. In 1984 wisselde Johan van ploeg. Hij verliet de stal van Peter Post en ging voor de Italiaanse ploeg Metauromobil rijden. In Italiaanse dienst was zijn voornaamste doel de Ronde van Italië. Hierin werd hij 5e in het eindklassement, en negen keer eindigde hij bij de eerste zes. Verder behaalde hij verschillende ereplaatsen. O.a. in de Ronde van Sicilie (3e), Parijs-Roubaix (4e), N.K. Geulle (3e), en Milaan-Vignolia (3e). Johan kan tot zover terug zien op een geslaagde carrière. Ondanks zijn successen is het bewonderenswaardig dat hij zich jaarlijks, zoals ook Wies van Dongen en Jelle Nijdam, eenmaal per jaar belangeloos inzet voor de vereniging tijdens de Nationale Clubkampioen- schappen in Dronten.




JOHAN VAN DER VELDE IN ACTIE


Sinds de tweede helft van de zeventiger jaren houden HARRY AKKERMANS en JELLE NIJDAM mede de eer van WV "BREDA" hoog. JELLE NIJDAM vroeg in 1979 voor het eerst een licentie aan. In dat eerste jaar ging het aanvankelijk slecht. In zijn eerste wedstrijden werd hij nog gelost, maar hoe verder het seizoen vorderde hoe beter het ging. Aan het slot van dat eerste jaar wist hij nog twee wedstrijden te winnen. In zijn tweede jaar als nieuweling behaalde hij maar liefst 29 eerste plaatsen van de 45 waarin hij prijs reed. Hiermee verbeterde hij het record van John Akkermans wat op 21 zeges stond. Een van die overwinningen was in de FLEVOTOUR.
In 1981 maakte Jelle de overstap naar de junioren. Hij werd toen o.a. eerste in een etappe van de Ronde van Midden-Brabant. Verder won hij de Omloop van de Vlasserstreek, een etappe in de Grote E-39 prijs plus het eindklassement.

De keuzeheren van de KNWU selecteerden hem voor de Wereldkampioenschappen. Jelle kwam daar uit op het onderdeel ploegentijdrit.
In een wedstrijd te Oostenrijk om de Europa Bokaal klasseerde hij zich als 2e.
1982 Moest een belangrijk jaar voor Jelle worden. Met dispensatie van de KNWU zou hij vervroegd de overstap naar de amateurs maken. De ziekte van Pfeiffer doorkruiste echter zijn seizoen. Voordat deze ziekte zich openbaarde won Jelle de Dorpenomloop en twee etappes in de Ronde van Midden-Brabant. In het eindklassement werd hij 4e. Daarna was hij voor de rest van het seizoen uitgeschakeld. Ondertussen was Jelle weer voorzichtig gaan trainen en vroeg voor 1983 een amateur-licentie aan. Het was aanvankelijk een seizoen van ups en downs.
Toch werd hij nog 2e in het Nederlands kampioenschap achtervolgen. Hij werd daarna door de KNWU uitgezonden naar de Wereldkampioenschappen op dit onderdeel.
In de laatste maand van dat jaar wist hij toch nog 5 koersen te winnen, wat bewees dat Jelle aan het terugkomen was.
1984 Was een belangrijk jaar voor Jelle, want het was het jaar van de olympische Spelen in Los Angeles. Maar voor het zover was stond er nog een wegseizoen op het programma. Daarin liet hij zich goed zien, want hij won een etappe plus het eindklassement van de STER VAN BRABANT. Ook won hij de proloog en een etappe in Olympias Tour door Nederland. Verder was hij in de Schiphol ploegentijdrit met zijn makkers niet te kloppen. Tussendoor werd hij nog kampioen van Nederland achter derny's op de weg. In het Nederlands kampioenschap individuele achtervolging stelt hij zijn uitzending naar Los Angeles veilig door eerste te worden. Eenmaal op de Olympische Spelen liep het voor Jelle niet helemaal zoals hij wenste. Zowel in de individuele- als ploegenachtervolging voortijdig uitgeschakeld.
Jelle had het toen wel gezien bij de amateurs en maakte de overstap naar de beroepsrenners. In deze categorie had hij weinig aanpassings problemen en blies zijn partij goed mee. Indrukwekkend was dan ook zijn 2e plaats in de ruim 300 km lange Zuiderzee Derny Tour. Vol vertrouwen mag Jelle zijn wielertoekomst tegemoet zien.

Tot slot heeft WV "BREDA" nog twee leden die mogelijkheid hebben om als renner te slagen. Dat zijn TONNIE AKKERMANS en PAUL BARTEN. Zij hebben nog een wielercarrière voor zich. Tonnie Akkermans is de derde van de gebroeders Akkermans. In 1981 vroeg hij voor het eerst een licentie als nieuweling aan. Al snel bleek dat hij van het goede wielerhout gesneden is. Hij won dat eerste jaar zes wedstrijden, waaronder de Acht van Chaam. Bovendien reed hij nog enkele ereprijzen in klassiekers. In 1982 ging het nog beter. Na diverse 2e en 3e plaatsen in klassiekers, won hij de Omloop van Wuustwezel en de omloop van Het Zuiden. Bovendien werd hij dat jaar districtskampioen. In totaal ging hij 16 keer als eerste over de meet. Niet voor niets dat de juniorencoach, André Boskamp hem opmerkte en in 1983 opnam in zijn Nationale Junioren Selectie.
Helaas verliep dat seizoen voor Tonnie niet naar wens. Hij kampte met bloedarmoede, waardoor zijn seizoen een wisselvallig karakter kreeg. Desondanks won hij toch nog vier koersen waaronder de eerste etappe van de Omloop van Groot Axel. Ook reed hij nog met de juniorenselectie de Dushika Jugend Tour.
1984 Was alle leed geleden en koerste Tonnie als van oudst. Maar liefst 11 maal ging hij zegevierend over de streep en daarbij waren niet de eerste de beste koersen. Neem bijvoorbeeld de tweedaagse Ronde van Midden- Brabant en de Omloop van de Veluwe. Ook werd hij nog 3e in het Nederlands Kampioenschap op de weg. Als kroon op het seizoen werd hij uitverkoren voor de Wereldkampioenschappen in Caen (Fr). Tonnie werd daar ingezet in de wegrit. Hij deed daar uitstekend werk voor de ploeg en klasseerde zich op de 42e plaats.
Volgend jaar rijd Tonnie bij de amateurs en komt dan uit voor de ploeg van Mindex.
Sinds 1983 verdedigt PAUL BARTEN de kleuren van WV "BREDA" en dat gaat hem goed af.
In zijn eerste seizoen boekte hij maar liefst 9 overwinningen.
In 1984 ging het hem nog beter af. Zestien keer waren de bloemen voor Paul. O.a. in de Acht van Chaam. Verder klasseerde hij zich nog als derde in de Omloop van Borssele.
Ook voor Paul ligt er een weg naar de echte top, maar deze gaat beslist niet over rozen. Maar hij weet wat hij wilt en zal zijn weg beslist weten te vinden.


<< terug